Om vijf uur in de supermarkt staan zonder idee wat je gaat eten. Het overkomt de meeste mensen een paar keer per week. Je koopt dan snel iets, vaak te veel, en een deel verdwijnt later ongebruikt in de afvalbak. Een weekmenu klinkt als gedoe, maar het kost minder tijd dan al die losse bezoekjes aan de winkel.
Kijk eerst in de koelkast, de vriezer en de voorraadkast. Die halve zak rijst, twee paprika's en een pak gehakt in de vriezer zijn samen al een maaltijd. Bouw je menu om die spullen heen en schrijf alleen op wat er nog ontbreekt. Zo maak je op wat er ligt voordat het bederft.
Een schema voor de hele week houdt bijna niemand vol. Er komt altijd een avond tussen waarop je bij iemand aanschuift, restjes eet of geen zin hebt om te koken. Plan daarom vijf maaltijden en laat twee avonden open. Zet de gerechten met verse vis, vlees of bladgroente aan het begin van de week. Wat lang goed blijft, zoals wortels, kool, eieren en peulvruchten, kan wachten tot het eind.
Het helpt om ingrediënten twee keer te gebruiken. Een paar voorbeelden:
Met een vast lijstje op je telefoon of op de koelkast doe je in één keer de boodschappen voor de hele week. Je loopt gerichter door de winkel en neemt minder mee waar je geen plan voor hebt.
Verwacht niet dat het de eerste week vlekkeloos gaat. Bewaar de menu's die goed bevielen, dan heb je na een maand een stapeltje waaruit je kunt kiezen zonder opnieuw te hoeven nadenken.